05 nov. 2020
Bijdrage algemene beschouwingen Begroting 2021
Inbreng PvdDieren tijden Politiek Podium algemene beschouwing Begroting 2021
d.d. 3 november 2020
Voorzitter,
Als laatste in de rij zal ik namens de Partij voor de Dieren alleen reageren met enkele algemene punten. Ik heb een voorafje en dan vier punten.
1. Vooraf
Gewoontegetrouw hebben we het begrotingsdocument doorzocht op het steekwoord “dierenwelzijn”. Welnu, dat komt nul keer voor in de 219 pagina’s, in tegenstelling tot het woord “economie”, dat 101 keer voorkomt – gemiddeld dus om de andere pagina.
Het kortere woord “dier” komt wél voor in het document, en wel drie keer – zij het alleen in de bijlagen. We zien dit een toch maar als een verheugende vooruitgang ten opzichte van het coalitieakkoord van 2017, waarin het woord “dier” helemaal niet voorkwam.
“Dierenwelzijn” zou heel goed passen op p. 2 van het begrotingsdocument, in het rijtje portefeuilles van wethouder Wassink: “Duurzaamheid, volksgezondheid, milieu, natuur, landbouw… En dan zou het in elk geval één keer zijn voorgekomen.
Ter zake nu.
1. Hondenbelasting
Ik kom terug op de hondenbelasting – wij kunnen daar als Partij voor de Dieren moeilijkomheen. We hebben dit bij de MTR niet genoemd en daarom doen we dat nu. Op p. 77 staatdat de hondenbelasting een bestemmingsbelasting is, bedoeld dus om alleen de uitgaven voorhondenvoorzieningen te dekken. Het aantal honden is afgenomen en nu moet door minder hondenbezitters toch dezelfde belastingsom worden opgebracht. Daarom gaat die met bijna 7% omhoog – nog los van de inflatiecorrectie. Mijn fractie meent dat er met minder honden ook wel wat voorzieningen kunnen verdwijnen. Het eerst denken we dan aan de luxe, onderhoudsgevoelige en – vooral – niet functionerende Gepp hondentoiletten. Die voeren af op het gemeenteriool dat vervolgens verstopt raakt door de plastic zakjes met inhoud. Er staan ook zonder Gepp ruim voldoende losse afvalbakken in de gemeente – vaak pal naast de Gepptoiletten – om elke hondenbezitter te gerieven. Daar valt te bezuinigen – maar we zien dat niet in de begroting.
2. Duurzaamheid of economische groei?
Duurzaamheid is een van de pijlers onder het programma van de Partij voor de Dieren. Op p. 120 lezen we: Duurzaamheid willen we als gemeente in alle projecten meenemen als uitgangspunt en niet als sluitpost. Mijn partij vraagt zich af (mét GroenLinks), of niet nog meer moeite moet worden gedaan om de afgesproken klimaatdoelen te halen. Recentepublicaties van Urgenda laten zien dat het huidige tempo te traag is.
Het voelt daarom des te ongemakkelijker om te lezen dat de Energiecampus met gemeentelijke steun wordt uitgebreid met een mestvergistingsinstallatie. Mestvergisting levert geen groene energie maar is een vorm van greenwashing, die valselijk wordt gebruikt om de industriële veeteelt te legitimeren. Liever zouden wij zien dat de gemeente agrariërs financieel helpt de omslag te maken naar echt duurzaam biologisch boeren. Daarvoor moet zo snel mogelijk een einde gemaakt worden aan de industriële veeteelt. Geen massa’s dieren opeengepakt in stallen maar de dieren buiten als het maar even kan. Niet méér dieren op de boerderij dan het eigen land aan mest kan gebruiken. Dat betekent minder dieren, en zeker ook minder vlees en zuivel. Beperk ook het gebruik van kunstmest en verbied chemische bestrijdingsmiddelen in land- en tuinbouw. Stimuleer de omslag naar groene eiwitten en lever zo een wezenlijke bijdrage aan de beheersing van het klimaatprobleem. Voorzitter, van dit alles wij zien wij vrijwel niets terug in de begrotingsvoorstellen.
[Deze grijze passage heb ik uit tijdnood moeten overslaan.] Economische groei is volgens mijn partij niet de oplossing van de huidige problemen maar juist de oorzaak ervan. Ook zonder economische groei kan de stad leefbaar zijn. Produceer hoogwaardig biologisch enplantaardig voedsel in de regio. Vermijd vervuilende transporten over vele honderden kilometers voor aanvoer van grondstoffen (diervoeders, kunstmest) en voor afvoer van producten en afval. Steun recycling in de regio. Laat de gemeente geld uittrekken om de inwoners (nog meer) bewust te maken van de urgentie van het probleem. De boodschap moet zijn: Burger, koop alleen wat je echt nodig, repareer wat gerepareerd kan worden, verspil geen voedsel. Gemeente, steun de voedselbank (ook voor diervoer), beperk reclamedrukwerk (bv. met de ja-ja sticker), steun repaircafés en beprijs het ophalen van huisvuil per volume, of zelfs per kilo.
3. Festivals
Waarom wil Leeuwarden een internationaal erkende festivalstad te worden? Ook hier lijkt economische groei de drijvende kracht. Mijn partij wil kleinschaliger festivals in de stad en alleen bedoeld voor publiek uit de eigen regio. De Groene Ster heeft als primaire bestemming “natuurgebied” en moet daarom vooral groen blijven. En daar passen verwoestende grote festivals niet bij. Het geld voor deze grootschalige festivals is een betere bestemming waard.
4. Bomenbeheer
Laatste punt – en hier vinden we GroenLinks aan onze zijde. Met de opwarming van de aarde zal de stad Leeuwarden ‘s zomers warmer worden dan we gewend zijn. Leeuwarden scoort landelijk ver onder de maat met het aantal bomen per inwoner. Op p. 43 van de begroting lezen we dat er opnieuw duizenden bomen gekapt gaan worden. Er wordt daarna “zorgvuldig en efficiënt” herbeplant. Dat klinkt ons te zuinig in de oren. Stel alles in het werk, ook financieel, om de schade ruimhartig te herstellen. Heb als gemeente de ambitie om voor iedere gekapte boom minstens twee, en nog liever drie, jonge bomen terug te plaatsen – en kies dan in het stedelijk gebied voor bomen waarvan bekend is dat zij verkoelend werken – door een dicht bladerdak en gunstige verdampingskarakteristiek.
Voorzitter, tot zo ver onze reactie op de begrotingsvoorstellen in eerste termijn.