Bijdrage bedrijfs­woning Boots­maweg


19 februari 2021

Bijdrage Bedrijfswoning aan Bootsmaweg 6 (17 febr. 2021)

Voorzitter,

Het voorgenomen bouwplan past niet bij de huidige bestemming ‘Detailhandel-tuincentrum’. Echter, hiervan mag afgeweken mag worden mits het bouwplan geen strijd oplevert met een goede ruimtelijke ordening. De fractie van de PvdD heeft een aantal dingen op een rijtje gezet om te kunnen beoordelen of dat het geval is.

Aan de ene kant is er het bouwplan en dat oogt op de tekentafel best fraai: een woning, inclusief (voor meneer) een kleinschalig autobedrijf en (voor mevrouw) bedrijfsruimte voor hypnotherapie en een kapsalon.

Aan de andere kant zijn er omwonenden die minder blij zijn met het plan. Hun belangrijkste bezwaren zijn: vrees voor milieuvervuiling en geluidsoverlast door het autobedrijf, toename van het autoverkeer en een nog onveiliger situatie voor fietsers op de fietssnelweg van en naar Stiens. Daaromheen spelen gevoelsmatige ergernissen bij omwonenden: het gevoel dat de plannen van initiatiefnemer Ketellapper al bekokstoofd zijn bij de gemeente, waardoor zij zich niet serieus genomen voelen. Ik denk aan de kwestie van het bomen rooien tijdens het broedseizoen en de plaatsing van het reclamebord. Of dit wantrouwen jegens de gemeente gegrond is, durf ik niet te beweren, maar ik vind wel dat lokale overheden er alles aan moeten doen om ook de schijn van vooringenomenheid te vermijden.

Dan kom ik op een gevoelig punt in dit dossier: in het verleden zijn kennelijk door anderen ook aanvragen gedaan om hetzij op dit perceel, hetzij op het belendende perceel een woning dan wel een bedrijf te starten. Die aanvragen werden door de gemeente altijd categorisch geweigerd, zoals in Zienswijze 3 wordt betoogd. Deze zienswijze legt, wat onze fractie betreft, de vinger op de zere plek.

Voorzitter, als de gemeente ineens een ander beleid kiest, vergt de Algemene Wet Bestuursrecht dat dit deugdelijk gemotiveerd wordt. De burger heeft recht op een betrouwbare overheid: het motiveringsbeginsel, het verbod van willekeur, het gelijkheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel zijn belangrijke beginselen van behoorlijk bestuur.

In de reactie- en antwoordennota lees ik over ‘het tweede bebouwingslint van de Mr. P.J. Troelstraweg’. Dat komt zeer gekunsteld over, zeker wanneer je dit afzet tegen de weigeringsgronden uit 2015.

Kijkend naar de luchtfoto van het gebied, valt er juist langs de Kampweg (in westelijke richting) een soort bebouwingslint te zien. In 2015 mocht daar geen woning worden gerealiseerd met als onderbouwing (onder meer): “Het verdichten en bebouwen van dit open perceel vertroebelt de scheiding tussen stad en het buitengebied.”

Langs de P.J. Troelstraweg kan ik, eerlijk gezegd, geen tweede bebouwingslint ontdekken – de woning van Nyenhuis op de Troelstraweg 159 is een soort uitzondering – maar nu staat de gemeente ineens welwillend tegenover niet alleen een woning, maar nota bene een bedrijfswoning met meervoudige bedrijfsvoering. Dat lijkt ons meten met twee maten.

De locatie van beide percelen is het overgangsgebied tussen stad en platteland. In 2015 schreef de gemeente: “Voor de zones buiten de stad en het buitengebied respecteren wij de kernkwaliteiten (bijvoorbeeld de aanwezige doorzichten) en gaan zeer terughoudend om met het toevoegen van nieuwe bebouwing.”

Het behoeft geen betoog dat de fractie van de Partij voor de Dieren eveneens het schaarse groen in dit overgangsgebied tussen stad en platteland wil koesteren. We vinden het dan ook onbegrijpelijk waarom het college nu – nog maar luttele jaren later - ineens niet “zeer terughoudend met het toevoegen van nieuwe bebouwing” is.

Los van de beginselen van behoorlijk bestuur, is er het aspect van de verkeersveiligheid. Hoe je het ook wendt of keert, een dergelijk autobedrijf en eigenlijk het kappersbedrijf genereren een toename van het autoverkeer, dat niet te rijmen valt met eerder genoemde fietssnelweg. Er is in onze optiek dan ook geen sprake van een goede ruimtelijke ordening.

De fractie van de Partij voor de Dieren zal tegen de gevraagde Verklaring van Geen Bedenkingen stemmen.

Tot zover, voorzitter.