Bijdrage bouw­stenen PreOP


25 augustus 2021

Voorzitter,

De fractie van de Partij voor de Dieren is blij met het uitstel van de behandeling van dit onderwerp waartoe de raad eind juni besloot. Als raadsleden hebben we nu de gelegenheid gehad om verdiepende gesprekken te voeren met enerzijds de agrariërs, die ageren tegen de beperkingen die in hun optiek aan hen (en hun bedrijfsvoering) worden opgelegd. En anderzijds ook met de pleitbezorgers van – kort gezegd – het roer om in de landbouw. Op die discussie kom ik zo nog even terug.

Het gaat vandaag om de Bouwstenen van het Pre-Omgevingsplan Leeuwarden – Buitengebied Zuid. Ik moet u zeggen dat ik het heel boeiend vind om als raadslid onderdeel te zijn van dit hele proces van nieuwe wetgeving voor de ruimtelijke ordening in onze gemeente, maar ik voel ook een soort ongemak en onrust. De Partij voor de Dieren staat kritisch staat tegenover de nieuwe Omgevingswet. We vragen ons af of deze wet het belang van de zwaksten afdoende beschermt tegen het recht van de sterkste. En met de Raad van State vrezen we aantasting van de rechtszekerheid.

Initiatiefnemer van deze wet was mw. Schultz-van Haegen, een VVD-politica, en dat verklaart ook de liberale signatuur van deze wet. “Minder regels! Eenvoudiger!” zo luiden de credo’s. En dat is best opmerkelijk in deze tijd. De klimaatcrisis, de stikstofcrisis, de Covid-pandemie, om maar een paar te noemen, zijn niet ontstaan door een teveel aan regels, maar juist door een gebrek eraan. Tijdens ons reces verscheen het veelbesproken IPCC-rapport, waarin nogmaals de noodklok geluid wordt over de ongeëvenaarde klimaatverandering die ons te wachten staat. Deze noopt juist tot een veel hardere aanpak dan we tot nu toe dachten. Milieuorganisaties, steeds vaker gesteund door gerechtelijke uitspraken, dringen juist aan op beleid (en dus ook op regelgeving) om al die crises te keren. En ondertussen werken wij vrolijk aan een wet die staat voor minder regels. De PvdD vindt dit best paradoxaal.

Voorzitter, ik heb een angstdroom en die gaat als volgt. Ergens in de nabije toekomst wordt in onze mooie gemeente een plan ontwikkeld dat op fel verzet stuit van anderen, bijv. omwonenden of milieuorganisaties. Die protesteren vergeefs bij de gemeente en daarna gaan ze naar de rechter. En de rechter zegt dan: “Het spijt me. Ik kan niks voor u betekenen want het Omgevingsplan voor dit gebied staat dit gewoon toe. Dan had de gemeente dit destijds moeten dichttimmeren.” Zo zitten we met z’n allen opgescheept met dit waardeloze project/activiteit en ik als raadslid heb dit dus mede laten gebeuren!

Ik chargeer uiteraard een beetje, maar ik voel die medeverantwoordelijkheid wel degelijk en ik doe mijn best te onderzoeken waar de zwakke plekken in het PreOP Leeuwarden-Buitengebied Zuid liggen. Eind april hebben wij onze wensen en bedenkingen kenbaar gemaakt, puntsgewijs (per beslispunt) en we kunnen ons vinden in de aanpassingen. Bijzonder verheugd zijn wij over het verbod op biomassacentrales (15) en ook de waarborging van de ruimtelijke kwaliteit in de dorpskernen kan rekenen op onze instemming.

Dan nog even terugkomend op de Veenweideproblematiek, het meest gevoelige deel van dit dossier.

In juni hebben enkele sprekers terecht gewezen op overstijgende belangen bij dit Omgevingsplan, bijvoorbeeld met betrekking tot de landbouw. Instemmend heeft mijn fractie geluisterd naar het betoog van dhr. Schukking over de komende landbouwtransitie, de verliesgevendheid van de huidige gangbare melkveehouderijen en de kwalijke maatschappelijke kosten van deze sector. Genoemd werden de CO2-crisis, stikstofcrisis en de biodiversiteitscrisis. De fractie van de PvdD onderschrijft de visie van dhr. Schukking dat het van groot belang is om nieuwe, duurzame alternatieve landbouwbedrijven te faciliteren. Ook mw. Vroom stelde dat het belangrijk is ruimte te geven aan ondernemers en agrariërs die het anders willen gaan doen, bijv. kleinschalig, lokaal, circulair.

En toen kwam de jeugdigste spreker die avond aan het woord: Wiebren Wartena, mijn dorpsgenoot. Wat een leuke verrassing! Met een prachtige foto van zijn boerderij op de achtergrond verwoordde hij helder hoe moeizaam het traject was dat zijn ouders met de toenmalige gemeente Boarnsterhim hadden om recreatieve activiteiten te ontplooien naast een tamelijk kleinschalige melkveehouderij. Ik kan dit relaas uit eigen waarneming bevestigen want rond die tijd kwam ik zelf in het dorp Warten te wonen. Mooi om te horen dat ook Wiebren een extensieve bedrijfsvoering wil naast recreatieve activiteiten en dat hij pleit voor een leefbaar buitengebied.

Uiteraard heeft mijn fractie ook kennis genomen van de inbreng van dhr. Harmsen namens 9 boerengezinnen in het veenweidegebied. Onze reactie hierop is dat wij zijn betoog vanuit menselijk perspectief begrijpelijk vinden. Echter, de urgentie van het klimaatprobleem is dermate groot, dat ieder uitstel van maatregelen onwenselijk is. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft voor de aanpak van het veenweidegebied 100 miljoen euro beschikbaar gesteld in het kader van het Klimaatakkoord. Dat geld dient onder meer te worden besteed aan financiële genoegdoening voor de betreffende agrariërs. Maatwerk is hierbij het sleutelwoord. Het bedrijfsbezoek aan de boeren in onze gemeente was voor onze fractie het levende bewijs dat ook agrariërs zelf klem zitten in een doodlopend landbouwsysteem met almaar meer schaalvergroting en - hun advocaat zegt het zelf - “flinterdunne marges”, met desastreuze effecten voor mensen, dieren en milieu.

Voorzitter, laten we de bouwstenen van het Omgevingsplan niet gebruiken om dit systeem met zijn rotte fundamenten in stand te houden, maar juist benutten om een ruimtelijke ordening te creëren die aan de eisen van de tijd voldoet, ook waar het gaat om agrarisch gebied. Met dit Omgevingsplan geven we hier in Leeuwarden het goede voorbeeld, in het belang van een leefbare toekomst voor de jeugd, inclusief de broers Wiebren en Wolter Wartena.

Dank u wel.