Bijdrage

17 feb. 2022

Bijdrage diftar 16 februari

Voorzitter,

In deze raad is al menigmaal gesproken over Diftar en over de noodzaak om zo goed mogelijk ons afval te scheiden. De laatste jaren onder de bezielende leiding van wethouder Wassink, die we dan ook in meerdere opzichten onze ‘scheidende’ wethouder kunnen noemen.

Recent is het onderwerp opnieuw geagendeerd door de partijen die u zojuist noemde (VVD, CDA, FNP, GBL en Lijst 058). In het behandelvoorstel staan twee vragen geformuleerd.

Wil de raad, in afwijking van haar eerder genomen besluit, een beperkte invoering in 2022 van Diftar?

En in relatie tot het eerder genomen besluit van de Raad:

Wil de Raad de invoering van DIFTAR doorzetten per 2023-ipv 2022- gezien de invoering nog steeds zoveel open einden en risico’s kent?

Onze antwoorden hierop luiden als volgt.

Ik begin met te zeggen dat de Partij voor de Dieren het ongelofelijk jammer vindt dat er te elfder ure problemen zijn gerezen die de invoering van Diftar per 1 januari 2022 hebben belet. We vinden echter ook dat de wethouder van de nood een deugd heeft gemaakt door het systeem op beperkte wijze in te voeren en zo de burgers als het ware te laten ‘oefenen’ met het systeem. De term ‘droogzwemmen’ viel vorig jaar, herinner ik me. Wij denken dat een dergelijke periode ook goed is om de bewustwording van ons afvalprobleem bij burgers aan te wakkeren. En misschien ook wel om de bestaande ‘losse eindjes’ in het systeem, de mogelijke onvolkomenheden zoals ook genoemd door dhr. Magré (D66), op te lossen. Ons antwoord op vraag 1. luidt dan ook bevestigend.

Voorzitter, dat geldt ook voor de tweede vraag. Deze vraag riep bij onze fractie, eerlijk gezegd, meteen het gevoel op dat de initiatiefnemers van dit agenda-initiatief ons uitnodigden om de fundamentele discussie over wel of geen Diftar nog eens over te doen. Daar heeft onze fractie geen enkele behoefte aan. Maar, u zei het al, voorzitter, vorige week leek het daar behoorlijk op: alle gedoodverfde kritiek op Diftar werd weer eens even uit de kast getrokken en de stad Arnhem werd weer meermalen genoemd als het Sodom en Gomorra van de afvalverwerking. Gelukkig hebben we ook kunnen luisteren naar wethouder Wassink, die al deze argumenten met ferme taal van tafel veegde. Diftar werkt gewoon goed in veel gemeenten.

Voorzitter, aan verkiezingsretoriek hoeft de Partij voor de Dieren, zoals u weet, niet te doen, maar ik breng graag ons standpunt over Diftar nogmaals naar voren. Wij vinden de gestelde ‘open einden en risico’s’ van de invoering ervan niet opwegen tegen de immense problemen die we zullen gaan ondervinden als we niet met Diftar aan de slag gaan. Dan ben ik meteen bij de basis van Diftar, oftewel het doel: de hoeveelheid afval moet worden teruggedrongen. En dan: volgens een gedifferentieerd tarief, waarbij uitgangspunt is dat de kosten oplopen bij meer afval. Met andere woorden: de vervuiler betaalt en de Partij voor de Dieren omarmt dat uitgangspunt. Diftar wordt niet ingevoerd om burgers te plagen of financieel te benadelen, maar om enerzijds te bewerkstelligen dat afval wordt omgezet in grondstoffen (die immers steeds schaarser worden ) en anderzijds om te voorkomen – om het maar eens wat dramatisch uit te drukken – dat de wereld ten onder gaat aan de immense afvalberg. En dan gaat het oude gezegde op: verbeter de wereld, begin bij jezelf, dus in je eigen huishouden.

We are all astronauts on spaceship earth,” luidt het citaat van Wubbo Ockels dat is opgenomen in de Grondstoffenbeleidsvisie van de Gemeente Leeuwarden (“Naar een afvalvrije samenleving“).

Diezelfde Wubbo Ockels zei ook: “There’s only one earth. And there’s no spare.” Met andere woorden: er is geen planeet B, het motto van de Partij voor de Dieren, waarmee ik deze bijdrage in mijn laatste debat in deze raad graag wil afsluiten.

Ik hoop dat ook het nieuwe college doorgaat op de ingeslagen weg en de Partij voor de Dieren wenst hen hierbij, ook zonder straks in de raad vertegenwoordigd te zijn, veel succes!

Dank u wel.