14 jan. 2019
Bijdrage Energietransitie
Vanavond zijn wij verhinderd om namens de PvdDieren het woord te voeren bij de bespreking van het rapport van de Rekenkamer n.a.v. de Energietransitie.
Als vervolg op onze inbreng tijdens de bespreking op 21 november 2018 spreekt onze fractie waardering uit voor het rapport van de Rekenkamer en de aanbeveling die daarin worden gedaan. Het is verheugend dat de gemeente, voor zo ver zij al niet goed op koers ligt met de transitie van fossiel naar groen, zich in haar bestuurlijke reactie bereid verklaart tot een tussentijdse versnelling. Onze fractie is niettemin enigszins geschrokken van de mededeling dat daarbij “geen enkele technische optie uitgesloten moet worden.” Wij zouden graag van het gemeentebestuur de verzekering willen krijgen dat vooralsnog minimaal de volgende opties onbespreekbaar zijn dan wel blijven:
(1) kernenergie
(2) fracking in combinatie met diepe geothermie
De gevaren van kernenergie, en het ontbreken van veilige afvoer van radioactief afval, behoeven geen toelichting. Op zich is onze partij geen tegenstander van geothermie maar wél als die gepaard gaat met injectie in de diepere aardlagen van vervuilende chemische stoffen.
Het rapport van de rekenkamer adviseert de gemeente scherp(er) te letten op sectoren die die nog toenemen in CO2-uitstoot. In zijn reactie stelt het gemeentebestuur echter dat het geen taak ziet om dat te doen in de sectoren mobiliteit en industrie. Mijn partij roept het gemeentebestuur niettemin op om binnen de gemeentegrenzen in kaart te brengen welke bedrijven een bovengemiddelde CO2-uitstoot produceren en deze te bewegen tot reductie. Tot de potentieel vervuilende takken van industrie rekent mijn partij ook de agrarische sector die tegenwoordig “industriële veeteelt” wordt genoemd. Met de uitbreiding van de gemeente met omringende, veelal sterk agrarisch georiënteerde, dorpen, kent de gemeente een aanzienlijke vee-industrie die zorgt voor een forse CO2- uitstoot. Deze uitstoot (in de vorm van methaangas in poep, boeren en scheten van koeien) kan en moet worden beperkt door vee alleen nog te houden in biologische (zgn. grondgebonden) bedrijven, zo veel mogelijk in de wei met bv. maximaal drie koeien per hectare, en gebruik van droge mest in plaats van drijfmest. De bijdrage van methaan aan de opwarming van de aarde is per eenheid 23 maal zo groot als van stikstof (= CO2) en dient alleen al daarom met voorrang te worden beperkt. De Partij voor de Dieren ziet een taak weggelegd voor de gemeente om de agrarische sector te helpen met de omschakeling van gangbare naar biologische bedrijfsvoering, om zo een belangrijke bijdrage te leveren aan de energietransitie. In dit verband wijzen wij erop dat mestvergisting geen bijdrage levert aan de energietransitie. Mestvergisting is niet groen maar maakt slechts van de nood een deugd. In plaats van veel drijfmest te produceren en die daarna moeizaam te vergisten, vaak onder bijstook van gewassen die ook kunnen dienen tot voedsel, is het beter de kleinere hoeveelheden droge mest te gebruiken van een ingekrompen veestapel, die onmiddellijk kan worden opgenomen door gras en akkergewassen (ter vervanging van kunstmest).
Wat geldt voor mestvergisting geldt a fortiori voor houtstook. Niet alleen maakt de Partij voor de Dieren zich ernstig zorgen over de uitstoot van fijnstof en stankoverlast door houtkachels binnen de gemeentegrenzen, wij wijzen er ook op dat houtstook alleen via een rekentruc kan worden gezien als een vorm van groene energie. Het idee is dat gekapte en daarna verbrande bomen in 30 jaar vervangen kunnen zijn en de bij verbranding vrijgekomen CO2 dan weer gebonden is door de nieuwe generatie bomen. Vervangbaar binnen 30 jaar, dat is de formele definitie van duurzaam = groen. Maar volwassen bomen binden bij doorgroei veel meer CO2 dan jonge boompjes die worden geplant ter compensatie (als dat al gebeurt). Echt groen zou zijn om radicaal te stoppen met houtstook (ook van pellets oftewel houtkorrels) en tegelijkertijd nieuwe bomen te planten.
Met (dier- en milieu)vriendelijke groet, en excuses voor onze afwezigheid tijdens de bespreking,
Caroline de Groot (raadslid, fractievoorzitter)
Vincent van Heuven (fractieassistent, woordvoerder energiezaken)