Bijdrage

12 dec. 2020

Bijdrage evenementenbeleid

Bijdrage inz. Evenementenbeleid 9 dec. 2020

Voorzitter, de fractie van de Partij voor de Dieren begrijpt de wens van het college om Leeuwarden, na het succes van 2018 (het jaar waarin we “Culturele Hoofdstad van Europa” waren) een aanjagersrol te laten vervullen op het gebied van evenementen. Ook de wens om evenementen laagdrempelig te laten zijn, sluit volkomen aan bij ons verkiezingsprogrammain het hoofdstuk kunst en cultuur.

Maar voorzitter, mijn partij heeft, zoals u weet, ook andere waarden hoog in het vaandel: dieren, natuur en milieu. Dat zijn kwetsbare waarden die in onze samenleving helaas steeds meer onder druk komen te staan. Hier dient zich ons inziens een natuurlijke grens aan: dieren, natuur en milieu mogen niet lijden onder evenementen. Onze belangrijkste kritiek op de Visienota Evenementen is dat wij dit uitgangspunt niet (of nauwelijks) terug zien in de Visienota Evenementen.

Daarnaast hebben wij een 5-tal andere kanttekeningen bij de Visie Evenementen:

1. Er dient naar onze mening een scherper onderscheid te worden gemaakt tussen evenementen en festivals. Nu lijken die twee door elkaar gebruikt te worden, maar dat is onjuist. Ieder festival is een evenement, maar niet ieder evenement is een festival. De aard van het evenement is essentieel omdat het voor een bepaalde locatie, laten we zeggen: de Groene Ster, natuurlijk verschil of er een Techno-Trance-Dance-festival georganiseerd wordt of een evenement met hardlopers of een muziekevenement met oude instrumenten. 2. Verder wordt in hoofdstuk 1 (Inleiding) gesproken over ‘evenementen’ in het algemeen maar in de eerste zin van hoofdstuk 2 (op diezelfde bladzijde) gaat het ineens over ‘evenementen in de openbare ruimte’. Die beperking kan toch niet de bedoeling zijn? Evenementen kunnen toch ook plaats vinden in niet-openbare ruimte (zoals stadions of Neushoorn), toch?! Openbare ruimte, bijvoorbeeld pleinen en parken, zijn van al onze burgers. Een park biedt rust, ontspanning en buitenruimte en mijn fractie is van mening dat deze in beperkte mate geclaimd mag worden ten behoeve van evenementen. 3. Verder valt de laatste zin van de Inleiding op (p. 2): “Daarbij hoort steeds een actuele visie op het gebruik van locaties voor evenementen.” Dat lijkt ons correct, maar we vragen ons af of dit uitgangspunt wel consequent gehanteerd wordt. Zo kopte de Leeuwarder Courant vorige week nog: “Leeuwarden strijdt door voor festivals in Groene Ster.” Ik kon het niet helpen maar ik moest meteen denken aan de term ‘tunnelvisie’ uit het Rekenkamerrapport… Een actuele visie houdt nu juist indat festivallocaties, ook die van de Groene Ster, voortdurend herbeoordeeld worden met actuele kennis en informatie. Bij de Groene Ster gaat het dan om de waarschuwingen uit het Rekenkamerrapport, de vele mitsen en maren uit het MER-adviescommissierapport en (binnenkort) de uitspraak van de Raad van State over het hoger beroep inz. festivals in de Groene Ster.4. Bij een actuele visie hoort ook het in aanmerking nemen van actuele omstandigheden zoals een pandemie of een financiële crisis. De ene zitten we middenin, de ander staat ons met grote waarschijnlijkheid nog te wachten. Beide zorgen ervoor dat de openbare ruimte van groter belang wordt voor rust en recreatie door de eigen burgers waardoor toewijzing ervan ten behoeve van evenementen met een nog grotere terughoudendheid dient plaats te vinden. 5. Tenslotte pleit mijn fractie ervoor om niet te kwistig te zijn met subsidies (dus beslist niet voor commerciële festivals) en om een strikt beleid te hanteren ten aanzien van herstel van veroorzaakte schade, wellicht door middel van een vooraf te betalen borg.

We horen graag de reactie van de wethouder op deze punten.

Samenvattend: ja, wij vinden het ook van belang dat Leeuwarden een cultureel bruisende stad in het noorden van het land is, en nee, wij vinden niet dat dit ten koste van alles gerealiseerd mag te worden. Tot zover, voorzitter.