21 mrt. 2018
Bijdrage Groene Ster 21-03-2018
Voorzitter,
Op 12 maart ben ik als enige raadslid niet akkoord gegaan met het Plan van Aanpak voor een partiële herziening van het bestemmingsplan Groene Ster. Ik zal in een kleine 6 minutentoelichten waarom dit zo is.
Het is juist dat het ‘slechts’ om het Plan van Aanpak gaat en niet om inhoudelijke aspecten van de wijziging maar heel scherp is de scheidslijn niet. Door in te stemmen met een plan van aanpak dat partiële herziening van het bestemmingsplan Groene Ster behelst, zou ik impliciet instemmen met het feit dat er een partiële herziening voor dit gebied komt. Mijn fractie is tegen die partiële herziening en om dat te onderbouwen ontkom ik niet aan inhoudelijke aspecten.
In het Plan van Aanpak (p.2) staat dat “wij het van belang achten om de ontwikkeling van evenementen te blijven stimuleren en faciliteren.” Omdat het gebied de Groene Ster op dit moment geen ruimte biedt voor deze evenementenfunctie, wordt voorgesteld om het bestemmingsplan gedeeltelijk te herzien.
Voorzitter, dit uitgangspunt staat lijnrecht tegenover de ideeën van de Partij voor de Dieren over dit gebied. Wij koesteren de huidige bestemming van de Groene Ster, namelijk Natuur- en recreatiegebied en we willen juist bescherming van deze status. Het was zelfs een speerpunt in de afgelopen verkiezingscampagne: “Evenementen, zoals festivals in De Groene Ster, mogen niet langer ten koste gaan van dieren, natuur en omwonenden.” De afgelopen jaren is dat namelijk wel gebeurd. Dat blijkt uit meerdere gerechtelijke uitspraken over dit gebied. De Stichting Groene Ster Duurzaam won de afgelopen jaren rechtszaak op rechtszaak tegen de gemeente, in mijn beleving uniek in de Ned. rechtspraak. Wat dat betreft heeft Leeuwarden zich hiermee al op de kaart gezet, maar niet zoals de bedoeling was natuurlijk...
Voorzitter, in het Plan van Aanpak staat dat Leeuwarden de opdracht van de rechter gekregen heeft om e.e.a. goed te regelen via het daartoe geëigende instrument: een partiële herziening van het bestemmingsplan. Ik vind dat de raad zo op het verkeerde been wordt gezet: Zo heeft de rechter dat niet geformuleerd. Ik heb de uitspraak van de rechter (uit juli 2017) erop nagelezen en er staat letterlijk: “Wat moet er nog gebeuren? Duidelijk is dat verweerder de festivals dan wel de creatie van een festivalterrein ruimtelijk moet inpassen. Ofwel door middel van een omgevingsvergunning afwijkende gebruik dan wel door middel van een bestemmingsplan wijziging of een combinatie daarvan en natuurlijk een strak en toereikend beleid voor de andere vergunningen.”
Partiële herziening is dus een optie en geen must zoals gesteld in het Plan van Aanpak. Het primaire standpunt van de PvdD is: geen partiële wijziging van het bestemmingsplan, maar per festival bekijken of een omgevingsvergunning toelaatbaar is. En daarbij niet uitsluitend de oren laten hangen naar de organisatoren en de commerciële belangen, maar de belangen beschermen van de natuur, de dieren – wat ons betreft niet alleen de beschermde – en de burgers. De burgers van Leeuwarden voor wie dit Natuur- en recreatiegebied destijds isaangelegd, een gebied dat in de loop der jaren steeds mooier is geworden. De burgers die sinds een paar jaar geconfronteerd worden met een reeks van festivals, met alle ongewenste neveneffecten van dien: geluidsoverlast, parkeeroverlast, ontoegankelijkheid van het overgrote deel van het terrein etc. Stichting GSD is in feite niks opgeschoten met al haar overwinningen bij de rechtbank. Immers: de aangevochten festivals waren al achter de rug, het leed was al geleden. Alleen daarom zou ik denken dat de gemeente iets verschuldigd is aan GSD, a.h.w. om iets goed te maken niet alleen voor de ellende van de festivals maar ook voor alle tijd en moeite die GSD hierin heeft geïnvesteerd. Uit het voorliggende plan van aanpak blijkt nergens van zo’n houding. GSD staat gewoon ergens in het rijtje van de partijen die nog gehoord zullen worden, waarna de uitkomsten “zullen worden meegenomen”. Vz, dat is natuurlijk boterzacht. Ook blijkt nergens uit dat de wethouder de inhoud van de brief van GSD van 18 nov. 2017 ter harte heeft genomen.
Voorzitter, het zou mooi zijn als de wethouder ook doordrongen zou zijn van andere woorden van de rechter als hij zegt: “…dat het houden van festivals naast een woonwijk en een Natura 2000 gebied op een terrein dat ook een duidelijke recreatieve functie heeft voor elke gemeente een zeer grote, bestuurlijke juridische opgave zou zijn.” Vrij vertaald: festivals op een terrein als de GS, dat kán bijna niet, dat moet je als gemeente niet willen. Laat staan dat je het bestemmingsplan gaat aanpassen juist ten behoeve van festivals! Dat is de omgekeerde wereld!
Tenslotte voorzitter: het college van toen is niet meer het college van nu. In het huidige collegeprogramma wordt kwistig gestrooid met de woorden ‘duurzaamheid’ en ‘biodiversiteit’. Op p. 26 staat letterlijk: “Natuurgebieden in onze gemeente beschermen we goed. (…) We willen de biodiversiteit in de gemeente versterken.” Dat zijn mooie woorden, nu de bijbehorende daden nog!
Door het houden van festivals wordt natuur- en recreatiegebied de Groene Ster juist niet beschermd en wordt de biodiversiteit juist aangetast. Er wordt zelfs rechtstreeks tegen de Wet Natuurbescherming gehandeld door beschermde diersoorten zoals de vleermuizen en de heikikker zo niet te doden dan wel ernstig te verstoren.
Kortom: het feit dat PvdD tegen een partiële wijziging van het bestemmingsplan is, leidt ertoe dat wij ook niet akkoord gaan met het bijbehorende Plan van Aanpak. Wij roepen ook alle andere partijen in deze raad op bij zichzelf te rade te gaan, tegen het Plan van Aanpak te stemmen en de motie van Gemeentebelangen en PvdD te steunen.
CdG 21 maart 2018