Bijdrage Tearn­serdyk te Goutum


15 februari 2018

31 januari 2018

Geachte voorzitter en overige aanwezigen,

Het gaat vandaag om een voorgenomen bouwplan aan de Tearnserdyk 22 in Goutum. Ik denk dat ik niet de enige ben die het een prachtig plan vindt en ik gun de huidige eigenaren van het perceel van harte dat zij hun mooie huis kunnen gaan bouwen. Daar gaat het echter niet om. De vraag is of de gemeente Leeuwarden zorgvuldig handelt als de omgevingsvergunning wordt verleend nadat jaren tegenover de vorige eigenaren een afwijzend standpunt is ingenomen. M.a.w.: kan de procedure de toets der kritiek doorstaan bij de bestuursrechter en eventueel de Raad van State? Ik ben daar nogal pessimistisch over. Het motiveringsbeginsel, het verbod van willekeur, het gelijkheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel zijn belangrijke beginselen van behoorlijk bestuur. Het lijkt of het op al die punten wringt in dit dossier.

Maar liefst 15 zienswijzen, waarvan 14 kritisch, zijn in dit dossier ingediend. De hoofdpunten zijn:

-Inconsistente beleid van de gemeente, doordat jarenlang geweigerd is medewerking te verlenen aan woningbouw op dit agrarisch perceel;

-In het verlengde daarvan: de rechtsongelijkheid tussen vorige en huidige eigenaren;

-De schimmige locatie van de 50 meter buffer;

-De verwachte precedentwerking;

-Het argument ‘kwaliteitsslag’ roept veel weerstand op. Ten eerste omdat het perceel ook vroeger al bouwvallig was en omdat verwaarlozing van een perceel niet beloond mag worden met een woonbestemming.

-Tenslotte – en dat doet de Partij voor de Dieren natuurlijk deugd – wijzen verschillende mensen op de belangen van de vogels die hun plekje hebben op dit perceel.

“Er is altijd een kantelpunt,” aldus de wethouder in deze zaal op 10 januari. En dat ben ik met hem eens. Als het gaat om Ruimtelijke Ordening is niets – helaas soms – voor eeuwig. Maar een gemeente moet wel heel goed motiveren waar dat kantelpunt ligt en waarom.

Motiveringsbeginsel

Als de gemeente na jaren ineens een ander beleid kiest, vergt de Algemene Wet Bestuursrecht dat dit deugdelijk gemotiveerd wordt. Over de beleidsverandering wordt bij 2A (Reactie- en antwoordnota) een m.i. vage toelichting gegeven. “In de afgelopen jaren hebben wij enkele vragen gehad over het mogen bouwen van een woning op het betreffende perceel. Hierop is destijds negatief geoordeeld vanwege de mogelijke ontwikkelingen in de Zuidlanden.” In 2015 is dat ineens anders. En dan volgt een uiteenzetting hoe buurtschappen De Hem en Wiarda begrensd zijn. Vervolgens lees ik dat er, naar verwachting, geen woningbouwontwikkeling plaats zal vinden in de directe nabijheid van het betreffende perceel. “Hiermee staat de medewerking aan het voorliggende plan de ontwikkeling in de Zuidlanden niet in de weg.”

Ik vind deze motivering onvoldoende. Immers: in de Structuurvisie De Zuidlanden 2011 zijn de contouren van alle bouwplannen ruimschoots afgebakend. Ik verwijs naar p. 14 van dit document.

Dat had een kantelpunt kunnen zijn! Vanaf dat moment gaat de redenering van de wethouder op dat “de ontwikkeling van de Zuidlanden bekend is geworden.” Echter: op de principeverzoeken van 23 oktober 2012 en 13 juni 2013 wordt kennelijk nog steeds negatief geadviseerd, waarna het perceel begin 2014 dan maar als agrarisch perceel wordt verkocht aan de huidige eigenaren.

Op 19 juni en 3 juli 2015 echter is er vermoedelijk welwillend gereageerd op de principeverzoeken van de huidige eigenaren, waarna die op 14 jan. 2016 een formele aanvraag indienen. (Terzijde: het lijkt mij logisch dat je geen formele aanvraag gaat indienen als er afwijzend is gereageerd op een principeverzoek. )

De gemeente heeft n.m.m. onvoldoende gemotiveerd welke concrete planologische veranderingen (c.q. beleidsinzichten) er waren t.t.v. deze aanvraag ten opzichte van de situatie toen dhr. Wijbenga nog eigenaar was, met name na 2011 toen de ontwikkeling van de Zuidlanden middels de Structuurvisie ruimschoots bekend geworden was.

Rechtszekerheidsbeginsel

Al heel lang is er een afspraak tussen de gemeente en Dorpsbelang Goutum dat een bufferzone aan de rand van Goutum onbebouwd blijft. In meergenoemde Structuurvisie is die zone ook op verschillende afbeeldingen te zien, bijv. op p. 14. Daar loopt hij strak langs de Tearnserdyk, hetgeen naar Wijbenga mogelijk een plausibel argument was om een woonbestemming te weigeren. Maar du moment dat de gemeente al in gesprek is met de huidige eigenaren (en dus bekend is met hun bouwplannen) wordt de 50-meterbuffer ineens (in juni 2016), zonder motivering, met een ‘lus’ om het perceel gelegd. Dit druist ook in tegen het rechtszekerheidsbeginsel, want de burgers (vooral omwonenden) in Goutum hebben er steeds op mogen vertrouwen dat die 50 meter buffer de norm was.

Rechtsongelijkheid

Door de handelwijze van de gemeente dreigt rechtsongelijkheid op te treden. Als de vorige eigenaar, Wijbenga, een woonbestemming was vergund, had hij zelf een woning kunnen bouwen of had hij een tienvoudige verkoopsom kunnen beuren. Andere personen die belangstelling hebben voor een bouwkavel in dit gebied betalen de hoofdsom van vrije kavels (bijv. in Wiarda) terwijl de huidige eigenaren spekkopers zijn met hun aankoopsom van € 40.000,-. Deze ongelijkheid is echt ongewenst.

Omwille van de tijd laat ik de mogelijke precedentwerking buiten beschouwing. De belangen van de vogels gaan mij uiteraard erg aan het hart, maar ik ben ook reëel en verwacht niet dat dit een breekpunt is in de procedure. De andere door mij genoemde punten zijn dat wel. Ik denk dat de gemeente serieus rekening moet houden met een tik op de vingers van de bestuursrechter of de Raad van State als de vergunning verleend wordt.

Het moge duidelijk zijn dat ik, op grond van de door mij geschetste oneffenheden in dit dossier, een negatief stemadvies bepleit t.o.v. de gevraagde verklaring van geen bedenkingen.

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer