12 jul. 2019
Bijdrage WMO-debat
WMO-debat 10 juli 2019
Voorzitter,
Wat vindt de Partij voor de Dieren van de WMO, zo vroeg dhr. Brouwer van het CDA zich onlangs openlijk af. Terechte vraag, want onze speerpunten dieren, natuur en milieu komen in dit dossier niet voor. Toch gaat dit onderwerp ook ons aan het hart, al was het maar omdat de PvdD een partij is die opkomt voor de zwaksten in de samenleving, mensen en dieren. De hervormingen op het gebied van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning zijn een gevolg van de overdracht van deze taak van het Rijk naar de gemeenten en tegelijkertijd heeft het Rijk ook een forse bezuiniging gekoppeld aan deze overdracht. 3,6 miljoen is hier de taakstelling.
Net als het CDA – zoal u ziet, onze partijen hebben wel degelijk raakvlakken – is de Partij voor de Dieren altijd tegen deze verkapte bezuinigingsoperatie geweest, waarvan met name ouderen, zieken en gehandicapten de dupe kunnen worden. De PvdD is er voorstander van de zorg dichter bij de mensen te brengen, maar we moeten ervoor waken dat in de nieuwe plannen vrijwilligers enmantelzorgers niet nog zwaarder belast worden dan nu al het geval is.
Dat brengt mij meteen bij mijn eerste punt van zorg: de rol of zo u wilt de positie van vrijwilligers in het onderhavige plan. Weliswaar heeft de wethouder meermalen benadrukt dat hun rol ‘slechts’ ondersteunend en nooit beleidsmatig is, maar toch… Tijdens de politieke dialoog op 3 juli verwoordde dhr. Visser (VVD) eigenlijk precies hoe wij erover denken. Hij uitte zijn zorgen over de grote en prominente rol van vrijwilligers, de vrijblijvendheid, de mogelijke overbelasting en de continuïteit. Hij citeerde hierbij uit het Concept-rapport van V-O-L (Vrijwilligers Organisatie Leeuwarden), dat kort voor de bijeenkomst ter beschikking was gekomen van de raad en noemde o.a. de gebrekkige kwantiteit van vrijwilligers, de vergrijzing, de beperkte motivatie. Precies die dingen die ik zelf ook geel gearceerd had in mijn stukken.
Kort daarvoor, op 1 juli, hebben belanghebbenden ingesproken tijden het Open Podium. Ik was helaas verhinderd om hierbij aanwezig te zijn, maar heb later de Livestream beluisterd. Ik hoorde enerzijds voorzichtige steun voor het plan maar ook de nodige zorgen. Ook hier kwam de zorg voor het vinden van vrijwilligers (en daardoor dus het risico voor de continuïteit) aan de orde. Opmerkelijk is dan wel dat de V-O-L ondanks alles positief is, maar ik sluit mij aan bij de woorden van mw. Inberg als zij zegt: is dit niet te rooskleurig?
Voorzitter, ik herkende mijzelf ook in de woorden van dhr. Abma toen hij zei: “In principe zijn wij akkoord met het gekozen model. Maar we hebben wel zorgen over de uitwerking vh plan.” Termen die verder die avond vielen waren: veel onzekerheid, moeite met het tijdsplan, is de drempel niet te hoog om zo’n buurtkamer binnen te stappen, er zijn twijfels over het outreachend werken en de kwaliteitscontrole vd zorgaanbieders is onder de maat. Tot zover een greep uit de inbreng die avond.
Dit alles brengt met zich mee dat de PvdD vandaag zeer terughoudend staat tegenover het plan. We steunen vooral de motie van 058 en FNP om eerst een pilot te doen en na de evaluatie hiervan dit plan in stemming te brengen.
De overige moties en amendementen steunen we zekerheidshalve ook en zien wij als een soort reddingsboeien voor de niet onaannemelijke mogelijkheid dat er toch een meerderheid is voor dit plan vanavond.