Bijdrage Omge­vings­visie


16 december 2021

Voorzitter,

De Omgevingsvisie is tot stand gekomen na een lang traject waarbij ook burgers en organisaties hun mening konden inbrengen. Het resultaat is een fraai vormgegeven document met foto’s die illustreren hoe prachtig onze gemeente is. Op het eerste gezicht lijkt het ook inhoudelijk een goed document, waarin verschillende onderwerpen aan bod komen waar we als fractie van de Partij voor de Dieren blij mee zijn. Ik noem: klimaatverandering, de veenweideproblematiek, energietransitie, biodiversiteitscrisis, het stikstofoverschot, een woningtekort, (op termijn) het tekort aan grondstoffen, verdroging, wateroverlast en verzilting. Het is een treurigstemmende opsomming maar het is goed dat deze problemen benoemd worden. Vergroening is terugkerend thema en duurzaamheid lijkt de smeerolie van het document.

Op p. 9 lees ik: “In onze Natura-2000 gebieden (Alde Feanen en de Grote Wielen) en de gebieden die tot het Nationaal Natuurnetwerk behoren (zoals de Himpensermar en de Leonserpolder) staat de natuur onder druk als gevolg van stikstofdepositie.” Ik las dit fragment met instemming omdat tot nu toe, bijvoorbeeld in discussies over De Groene Ster, aan gemeentezijde over de Grote Wielen werd gezegd dat dit natuurgebied niet stikstofgevoelig was.

Positief zijn ook de aandacht voor brede welvaart, een gezonde leefomgeving, circulair bouwen etc. Eigenlijk te veel om op te noemen, zoals mw. Prins van Klimaat Coalitie Friesland vorige week ook al opmerkte. Zij vergeleek dit de zak van Sinterklaas. En zij voegde daaraan toe wat ik ook zou kunnen zeggen: “We zouden het zelf geschreven kunnen hebben.”

Maar, naarmate wij het document langer bestudeerden werd onze fractie kritischer. Ik beperk mij vanmiddag tot een viertal vragen/opmerkingen.

Als eerste punt van kritiek merken wij op waarom in dit rijtje niet de term ‘pandemie’ is opgenomen. Al twee jaar is niet alleen ons land, maar zelfs de hele wereld in de greep van de Covid 19-pandemie. Covid 19 is een zoönose, dat wil zeggen een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan.

Dieren komen in deze Omgevingsvisie überhaupt niet voor. Dat is opmerkelijk, niet alleen omdat binnen het grondgebied van onze gemeente, ook vele 10.000en landbouwdieren leven, maar juist ook vanwege de relatie met dierziekten.

Op 10 dec. j.l. publiceerde Trouw een opinieartikel door Eva Meijer en Frans de Waal dat mijn gedachten goed verwoordt:

Wetenschappelijke inzichten over dieren veranderen razendsnel. We leren steeds meer over de complexiteit van hun innerlijke levens. Dat heeft normatieve consequenties: de manier waarop dieren momenteel door mensen gebruikt worden is moreel ontoelaatbaar. Bovendien hangen vormen van diergebruik, zoals de vee-industrie, samen met problemen die mensen treffen: het verband tussen de intensieve veehouderij, verlies van biodiversiteit en ecosystemen, klimaatverandering en zoönosen staat buiten kijf.

Tot nu toe zijn deze inzichten nauwelijks terug te vinden in politiek beleid. Dat is problematisch voor dieren en zeker ook voor mensen.

In mijn optiek hoort dit dus ook zeker benoemd te worden in een Omgevingsvisie. Graag een reactie vanuit het college op dit punt.

Als tweede kritiekpunt merken wij op dat het document in feite weinig concreet is. We zagen dat ook bij de inspraakreacties: zodra er behoefte ontstaat aan het concretiseren van bepaalde dingen, wordt er verwezen naar andersoortige beleidsdocumenten. Bijvoorbeeld naar de (nog te maken) Omgevingsplannen, maar ook naar documenten als de Watervisie, de stukken rond de energietransitie, de Evenementennota etc. Tot op zekere hoogte begrijp ik dat, want zo is het stelsel van de Omgevingswet ook bedoeld. Maar anderzijds brengt met zich mee dat de inhoud vaag blijft. Het is een aaneenschakeling van intenties, wensen e.d. Logisch dat burgers denken: wat heb ik er dan aan? Dit klemt temeer daar het stuk slechts een richtinggevend document is, zonder toetsbaarheid. Juist die toetsbaarheid zou een document gezaghebbend maken.

“Geen verdozing van het landschap”, zoals op p. 37 vermeld, vinden wij een prima uitgangspunt. Mw. Inberg (van Milieudefensie) stelde vorige week het onderwerp Datacentra aan de orde, Kolossale stroomvreters in het landschap, de overtreffende trap van verdozing . In de Leeuwarder Courant van afgelopen weekend schreef Irene van de Berg hierover een rake column.

Zo’n datacenter in je gemeente bouwen, is een asociaal plan. In Nederland is een groot gebrek aan ruimte voor huizen, natuur, landbouw, recreatie, aan voor alles eigenlijk.

Om dan een datacenter ter grootte van 250 voetbalvelden naar ons overvolle landje te halen, is op zijn zachtst gezegd nogal onlogisch. En als je het wat harder stelt, een dikke middelvinger naar onder meer boeren, natuurbeschermers en starters op de woningmarkt.

Mijn 2e vraag aan het college: bent u bereid de vestiging van Datacentra expliciet uit te sluiten in de Visie? Zo nee, waarom niet?

Mijn 3e vraag is vorige week eveneens door mw. Inberg naar voren gebracht:

Hoe zit ’t eigenlijk met die werkgelegenheid van die Vliegbasis? De enkele opmerking dat het noodzakelijk is dat er een balans moet worden gevonden tussen de economische betekenis van de vliegbasis enerzijds en de gezondheidsbelangen anderzijds stelt onze fractie bepaald niet gerust. Het memo dat we recent ontvingen van de wethouders Wassink en De Haan brengt daar ook niet echt verandering in. Voor ons geldt dat gezondheidsbelangen horen te prevaleren! NB Ook

Het is van belang dat er een balans wordt gevonden tussen enerzijds de economische betekenis van de vliegbasis voor de regio (een van de grootste werkgevers binnen de gemeente) en anderzijds de gezondheidsbelangen (n.b. geluidhinder) van de omwonenden en de overige bewoners van de gemeente. Een belangenafweging waarbij meerdere partijen betrokken zijn.

Tot slot, voorzitter, vindt onze fractie de visie innerlijk tegenstrijdig en ik zal u toelichten waarom. Enerzijds wordt het woord duurzaam/duurzame maar liefst 45 keer gebruikt, anderzijds wordt er met geen woord gerept over de negatieve kant van zuivel en wordt de Dairycampus bejubeld. De fractie van de Partij voor de Dieren is van mening dat de productie van zuivel per definitie niet duurzaam is. Al was het maar vanwege de enorme methaan-uitstoot van koeien en het feit dat voor hun krachtvoer oerwouden worden gekapt. Dan heb ik het nog niet eens over het korte leven van de kalfjes en de moederkoeien zelf. Graag een reactie van het college.

Tot zover, voorzitter.