Bijdrage

02 jul. 2021

Politieke dialoog jaarstukken 30 juni 2021

Bijdrage Pol. Dialoog Jaarstukken 30 juni 2021

Voorzitter,

De fractie van de Partij voor de Dieren dankt het college en de ambtelijke dienst voor het lijvige boekwerk over de Jaarstukken 2020-2021. Niet verrassend is dat er hierin veel aandacht is voor de coronacrisis. We lezen hoe het Covid-19 virus allerlei directe en indirecte gevolgen had voor onze burgers (jong en oud), ondernemers, maatschappelijke instellingen en ook voor de gemeente zelf.

Nu kun je over de Jaarstukken, een bijna 300 pagina’s dik boekwerk, van alles zeggen, maar wij gebruiken onze spreektijd vanavond voor een drietal opmerkingen over het thema Covid-19, hoofdstuk 1.1.

In de eerste plaats valt het ons op dat vooral gefocust wordt op de impact van Covid-19. Op p. 10 lezen we: “In de loop van 2020 zijn besluiten en maatregelen genomen om de gevolgen van de crisis te verzachten.” Onze fractie spreekt uiteraard haar waardering uit over deze verzachtende maatregelen, maar van een overheid mag meer worden verwacht dan een houding alsof de crisis ons simpelweg is overkomen. Dit doet een beetje denken aan de benadering in Den Haag. Bij monde van Wopke Hoekstra (CDA) noemde het kabinet de coronacrisis een zwarte zwaan, een evenement dat je niet kon zien aankomen. Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren wees erop dat corona geen zwarte zwaan is. Het is een zoönose, een dierziekte die van dier op mens overspringt, net als Q-koorts, SARS en MERS. Die zijn ontwrichtend, maar ze komen niet zomaar aanvliegen. We worden daarvoor door wetenschappers gewaarschuwd en we kunnen ze dus zien aankomen. Er zijn risico's in de Nederlandse veehouderij. Er zijn risico's in het Nederlandse handelsbeleid, dat direct bijdraagt aan ontbossing. Het bijdragen aan de bewustwording van deze risico’s is niet alleen een taak voor de landelijke, maar ook voor de provinciale èn de gemeentelijke overheid. Zeker in een gemeente, zoals de onze, waar intensieve veehouderijen zijn. Dus: zoals in de RES wordt uitgelegd dat de energietransitie nodig is om de CO2-uitstoot te beperken en de opwarming van het klimaat tegen te gaan, zo hadden wij meer aandacht voor het Covid-19 virus en de voorkoming van zoönoses in de Jaarstukken verwacht.

Het tweede dat ons opvalt is dat er op p. 7 wel gesproken wordt over een ‘toenemende druk op de samenleving’ maar dat er geen woord gewijd wordt aan de extra druk op de natuur tijdens de coronacrisis. Dat was een landelijke trend, die ook in Friesland (en dus ook in Leeuwarden) zichtbaar was. In de Leeuwarder Courant van 12 juni j.l. luidde boswachter Henk-Jan van der Veen de noodklok over ‘corona’-drukte in Friese bossen en natuurgebieden. Parkeerterreinen stonden vaak vol en op zonnige dagen werd soms zelfs opgeroepen niet meer naar het bos te komen. Van der Veen constateerde dat mensen van de paden afweken en de dieren verstoorden in hun natuurlijk gedrag. Hij riep mensen op om zich aan de regels te houden. “Haw respekt foar de natuer en besyke om dy sa min mooglik te fersteuren.” Helder! Maar je zou ook kunnen concluderen dat dit het levende bewijs is dat er veel te weinig natuur is. Wat hebben wij eigenlijk aan natuur in onze gemeente? In de stad Leeuwarden blijkt de prachtige Prinsentuin ineens een miezerig klein stukje groen te zijn. Geen wonder dat het er geregeld uit de hand liep door te veel bezoekers. Groote Wielen, het Leeuwarder Bos, de Alde Feanen, het lijkt allemaal heel wat. Maar als onze inwoners door een coronacrisis bijna niks meer mogen behalve ontspannen in de natuur, dan is het gewoon dringen daar. Ook in natuur- en recreatiegebied De Groene Ster was het in de zomer van 2020 druk: wat is het toch een zegen dat Leeuwarden een dergelijk gebied heeft voor zijn inwoners, waardoor – dankzij de afwezigheid van meerdaagse festivals – de hele zomer een heuse vakantiebeleving-dicht-bij-huis mogelijk was, zelfs met 1,5 meter afstand!

Tenslotte, voorzitter, bespeuren wij in de Jaarstukken een streven naar de situatie van voor de crisis met een nadruk op herstel van economische groei. Voor de PvdD is dit anders. We moeten niet terug naar business as usual, want die situatie heeft ons corona gebracht. We zijn intelligent de crisis ingegaan, maar laten we er slimmer uitkomen, dat kan! De coronacrisis heeft laten zien dat er mogelijkheden zijn voor versnelling van verduurzaming van onze economie, bijv. door meer thuis te werken. “Minder auto’s op de weg,” zei ook dhr. Stellingwerf van GroenLinks zojuist. De CO2-uitstoot was in deze periode -helaas maar tijdelijk! - lager waardoor de coronacrisis kansen biedt om de klimaatcrisis het hoofd te kunnen bieden en te kunnen voldoen aan het verdrag van Parijs om beneden de anderhalve graad opwarming van de aarde te blijven. Want voorzitter, die bedreiging van al het leven op aarde is nóg groter dan die van Covid-19. We zijn het aan onze huidige en toekomstige generaties verplicht om in te zetten op slimme en duurzame, groene investeringen. Een kleinschalige, circulaire veehouderij biedt minder risico op zoönoses, is in lijn met de klimaatdoeleinden en zal ook een beter verdienmodel voor de boer opleveren. En dus zegt de Partij voor de Dieren: niet terug naar het Oude, maar op naar het Nieuwe Normaal!

Tot zover, voorzitter.