Reactie op collegeprogramma

Geachte voorzitter, geacht college,  en overige aanwezigen,

De fractie van de Partij voor de Dieren is verheugd dat de vorming van een nieuw college en het maken van het collegeprogramma  zo voortvarend heeft plaatsgevonden. Een compliment is wat dat betreft op z’n plaats.

Mijn eerste indruk van het collegeprogramma was: laagdrempelig, met een onmiskenbaar optimistische uitstraling. Een document waarin ook gevoelige onderwerpen zoals de enorme tekorten op het sociaal domein met een vederlichte ‘touch’ worden behandeld. Hierdoor vraag je je bijna af of er niet té lichtvaardig wordt gedacht over deze financiële problematiek.

Het programma bevat beslist ook voornemens die de goedkeuring van de Partij voor de Dierenfractie kunnen wegdragen, ervan uitgaand dat het college ook daadwerkelijk tot uitvoering overgaat. Ik noem: het verder uitbreiden van het fietsnetwerk in en rond Leeuwarden en het  autoluw maken van het Gouverneursplein. Toen ik las dat er om financiële redenen binnen deze bestuursperiode wordt afgezien van het beweegbaar maken van de Prins Hendrikbrug (NB een punt uit de verkiezingsprogramma’s van PvdA, D66 en P/GL!)  dacht ik: het gezond verstand heeft gelukkig toch gezegevierd.

Dat het college het belang erkent van  energietransitie en van een circulaire economie doet ons uiteraard deugd. Op p. 25 staat letterlijk: “Wij zijn tegen gaswinning in onze gemeente.” Een prima standpunt! Wij kijken uit naar de follow-up op dit punt nu er al enige tijd sluipenderwijs proefmetingen en –boringen in onze gemeente worden uitgevoerd  door het bedrijf Vermillion. Hierover bestaat in toenemende mate onrust bij de bevolking, zeker nu de aardbevingen in Groningen blijven aanhouden en de druk op het terugschroeven van de gaswinning in die provincie groter wordt.

Dan een eerste kritische opmerking: het is, naar onze mening, teleurstellend dat er op geen enkele wijze stelling wordt genomen tegen discriminatie (in het bijzonder van mensen met een buitenlandse achtergrond en de LHBTI-groep) en het belang hierbij van organisaties als Tûmba en het COC. Hoe anders was dit in de verkiezingsprogramma’s van PvdA (p. 14), P/GL (p. 14) en D66 (p.10)! Hoe kan het dat een dergelijk thema dat door tenminste 3 coalitiepartijen tijdens de campagne van belang werd gevonden nu helemaal niet meer terug te vinden is in het programma? 

En zo zijn er, bij nadere bestudering, wel meer kanttekeningen te maken. De Partij voor de Dieren zou haar naam tekort doen als wij niet vooral naar onderwerpen zouden kijken die ons aan het hart gaan, zoals dieren, milieu en klimaat.

Dieren: die komen er eigenlijk helemaal niet aan te pas, behalve op blz. 26 waar staat: “Een groene woon- en leefomgeving is een gezonde en prettige omgeving voor zowel mens als dier.” Punt. Dat was het. Niets over bijvoorbeeld dierenwelzijn. Daarover ben ik niet alleen ontstemd, maar ook verbaasd omdat dit onderwerp in de verkiezingsprogramma’s van de grootste fracties PvdA en  Pal/GroenLinks uitdrukkelijk wel werd benoemd. Ik citeer: “Naast zorg voor de mens is ook zorg voor het dier relevant. Dierenwelzijn staat prominent op de agenda, zowel van vee op boerenbedrijven als van huisdieren in wijk en dorp.” Aldus het programma van PvdA (p. 12). Maar nu is dierenwelzijn spoorloos van de agenda verdwenen. P/GL kiest, volgens het eigen verkiezingsprogramma, voor natuur, landschap en dierenwelzijn. “Daarom maken wij ons sterk voor:  (…) sub g: het tegengaan van intensieve veehouderijen voor welzijn van mens en dier.” Ook dit nobele streven is kennelijk bij de totstandkoming van het collegeprogramma gesneuveld. Zelfs breed gewaardeerde organisaties als de dierenambulance en het dierenasiel blijven in het programma onbesproken.

Gelet op de linkse signatuur van het programma en vooral hoofdstuk 3 had ik op z’n minst het standpunt verwacht dat diergeneeskundige zorg ook toegankelijk moet zijn voor mensen met een minimum inkomen. Niets over terug te vinden.

Wat wel meermalen in het programma genoemd wordt is het begrip ‘biodiversiteit’. En dat heeft natuurlijk ook deels met dieren te maken. Laat ik voorop stellen: het is goed dat er eindelijk breed aandacht  is voor het feit dat onze biodiversiteit zwaar onder druk staat. Burgemeester Crone noemde dit recent nog in zijn nieuwjaarstoespraak in de Harmonie, het was hét thema van het nieuwjaarsconcert, via het boek Landschapspijn van Jantien de Boer is het een veelbesproken onderwerp en op 10 januari vond erover nog een levendige discussie plaats in de Neushoorn. Ook wordt er kwistig met het begrip ‘duurzaam’ gestrooid:  Leeuwarden moet duurzaam worden, onze leefomgeving moet duurzaam worden, onze consumptie moet duurzaam worden, de bebouwde omgeving moet verduurzamen en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Maar voor zowel biodiversiteit als duurzaamheid geldt: het moet niet bij woorden blijven. En wat dat betreft schittert het document in afwezigheid van concrete plannen. Er zullen fundamentele keuzes gemaakt moeten worden en daarbij horen ook stellingen die, zeker in een agrarische omgeving,  minder graag hardop gezegd worden. Bijvoorbeeld dat de grootste oorzaak van het verlies aan biodiversiteit de veehouderij is.  Het Planbureau voor de Leefomgeving, de Sociaal Economische Raad en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zijn allemaal van mening dat natuur, milieu en klimaat in ernstige problemen komen als de veehouderij niet drastisch wordt ingeperkt. Ook hier in Leeuwarden kunnen we ons dus niet blijven verschuilen achter de uitspraak dat we zo trots zijn op deze sector. Als je inzet op duurzaamheid, dan moet je ook het lef hebben om de problemen te benoemen.  “Onderwerpen als natuurinclusieve landbouw, globalisering, energievoorziening en biodiversiteit vragen om een gemeentelijk standpunt (denk aan de intentieverklaring weidevogels en het LF2018-project ‘Kening fan é Greide’) .” Aldus het programma (p. 23). Dat klinkt wellicht mooi, maar is in feite  nietszeggend. Wat voor standpunt neemt de gemeente in? Dat blijft onduidelijk. Het is tijd om volmondig stelling te nemen tegen schaalvergroting in de landbouw en vóór natuurinclusieve, biologische en circulaire landbouw. En nog mooier zou het zijn als expliciet wordt gesteld dat ook het menselijk consumptiepatroon dringend aanpassing behoeft. Minder vlees, zuivel en eieren consumeren bevordert niet alleen de biodiversiteit maar vermindert ook onze zgn. watervoetafdruk. Een gemeente die zichzelf duurzaam beschouwt, hoort deze boodschap uit te dragen en geeft uiteraard zelf ook het goede voorbeeld.

 

Dat brengt mij, tot slot,  bij een ander fragment uit dit zelfde hoofdstuk: “Ook gaan we scholieren informeren over de herkomst van voedsel en de betekenis van het agrarisch bedrijf. Dat doen we samen met vertegenwoordigers van de agrarische sector.”  De fractie van de Partij voor de Dieren heeft grote moeite met deze passage. Niet omdat wij de jeugd deze kennis willen onthouden. maar omdat wij – kort gezegd – onvoldoende vertrouwen hebben in de objectiviteit dan wel de volledigheid van deze informatieverstrekking. We zitten natuurlijk niet te wachten op gecamoufleerde ‘melk is goed voor elk’-propaganda.

Voorzitter, ik kom tot een afronding.

Het college nodigt ons allen (p. 6), “en in het bijzonder alle fracties in de gemeenteraad” van harte uit om samen met ons de gestelde doelen te halen. Ik merk op dat die samenwerking vruchtbaarder zal zijn als de fracties het gevoel krijgen dat ook recht wordt gedaan aan hun idealen, hun visie. Ik spoor het collega van mijn kant dan ook aan om de komende 4 jaar in het beleid niet alleen menscentraal te denken, maar ook als het ware samen te werken met andere belangrijke factoren om ons heen, zoals dieren en natuur. Alleen dán kun je met recht spreken van “De Kracht van Samen”.

 

Dank u wel.